Wat mag ik je wensen?
Door Amaryllis De Bast
De eerste dagen van januari hebben iets zachts, iets hoopvols. We lachen wat meer, wensen elkaar het beste, en even lijkt alles mogelijk. Tot… ongeveer 10 januari, want dan is het gedaan: agenda’s open, inbox vol. Business as usual.
En de magie verdwijnt.
Dat is jammer, want nieuwjaarswensen zijn nooit bedoeld als beleefdheidsreflex. Oorspronkelijk waren ze een moment van bewust contact, een manier om samen stil te staan bij wat achter ons ligt en bij wat we elkaar (en onszelf!) toewensen wat mag komen.
Maar hoe vaak stellen we die vraag nog echt: wat mag ik je wensen?
Januari is nochtans geen maand die vraagt om meteen vooruit te stormen. Het is een tussenmaand, een overgangsruimte. Een moment om even te blijven staan bij het oude jaar voordat we het nieuwe binnengaan.
Closure before departure
Zonder afronden is er geen echt begin. Wat was er goed? Wat heeft energie gegeven? Wat wil je absoluut niet meer meemaken? En waar liep je telkens opnieuw tegen dezelfde valkuilen aan?
Die vragen vormen de bedding voor bewuste keuzes. Toch slaan we ze vaak over, omdat het tempo hoog ligt en omdat reflectie al snel als tijdverlies voelt. Terwijl het net in die vertraging zit dat richting ontstaat.
Eén minuut
Nieuwjaarswensen gaan daarbij niet over grootse dromen of ambitieuze plannen. Ze gaan niet over doelen die je moet waarmaken. Ze gaan over dat wat je bijna automatisch kan uitspreken, zonder lang na te denken.
Wat komt er in je op in de eerste minuut? Misschien is het iets eenvoudigs: meer rust, meer bewust leven, meer helderheid, minder moeten. Geen spectaculaire voornemens, maar signalen van wat voor jou wezenlijk is.
Gunningsvermogen
Wat gun je jezelf eigenlijk dit jaar? Niet wat je moet bereiken, maar wat je jezelf toelaat. En misschien ook: wat gun je de ander, wanneer je elkaar voor het eerst weer ziet? Alleen al die vraag verandert de kwaliteit van een gesprek. Ze nodigt uit tot menselijkheid, tot vertraging en tot echte verbinding.
Misschien is dat wel de uitnodiging van januari: laat het niet zomaar voorbijgaan. Gebruik het als brug tussen wat was en wat mag komen. Stel de vraag opnieuw, aan een collega, aan je team, aan jezelf. Wat mag ik je wensen? Wat wens ik mezelf toe?